NT: nieuw onderzoek trekt NZA rapport in twijfel

Home » Gastvrijheid » NT: nieuw onderzoek trekt NZA rapport in twijfel

NT: nieuw onderzoek trekt NZA rapport in twijfel

Geplaatst op

bron:  NT (Nederlands Tandartsenblad, mei 2013)
Eind april berichtte onder meer VvAA over een onafhankelijk onderzoek van onderzoeksbureau Mid Summer Night Party (MSNP) waarin de Marktscan Mondzorg die de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

NZA logoin juni 2012 presenteerde, onder de loep is genomen. Conclusie van de MSNP: de Marktscan – die er toe leidde dat het experiment met vrije prijzen werd stopgezet omdat de prijzen ten opzichte van 2011met 9,6 procent zouden zijn gestegen – rammelt.

Het onderzoek van MSNP is een initiatief van (forensisch) onderzoeker Bas van den Heuvel, die tevens verbonden is aan een softwarebedrijf.

Toen hij voor dat bedrijf werkte aan een softwareprogramma waarmee tandartsen behandelingen uit 2012 zouden kunnen matchen met de codes en prijzen in 2013, constateerde hij dat de prijzen van behandelingen vaak sterk leken af te wijken van de prijzen die de NZa in de Marktscan Mondzorg had gerapporteerd. Dit wekte zijn nieuwsgierigheid als onderzoeker, en hij besloot verder de materie in te duiken.

Fouten
Van den Heuvel – die benadrukt dat het absoluut niet zijn intentie is om de NZa neer te sabelen – constateert in zijn onderzoek onder meer dat de NZa fouten heeft gemaakt in de manier waarop de Marktscan is vormgegeven. De Zorgautoriteit is volgens hem uitgegaan van het bestand van verzekerde declaraties, waardoor de jeugdmondzorg is oververtegenwoordigd. Daarnaast zijn volgens Van den Heuvel van de losse declaratieregels zowel codes niet meegenomen als sommige behandelingen niet goed geïdentificeerd. Dit leidt er bijvoorbeeld toe dat volgens de NZa bij een wortelkanaalbehandeling maar 26 procent van de patiënten wordt verdoofd.
Alle tekortkomingen hebben er volgens Van den Heuvel toe geleid dat de NZa een onjuist beeld heeft geschetst van de prijsontwikkeling in de mondzorg. Een wortelkanaalbehandeling zou niet 40,6 procent duurder zijn geworden, zoals de NZa constateerde, maar juist 1 procent zijn gedaald, zegt Van den Heuvel. Hij baseert zijn gegevens op declaratiegegevens van factoringmaatschappij Fa-med. Vullingen zijn volgens hem niet 21,8 procent in prijs gestegen, maar hebben een prijsstijging tussen de 2,8 en 9,8 procent afhankelijk van het wel of niet meetellen van verdovingen.

Verdoving
De NZa laat weten niet onder de indruk te zijn van Van den Heuvels onderzoek: “De berekeningen en conclusies uit de Marktscan Mondzorg blijven overeind.” De zorgautoriteit kaatst de bal terug en noemt de conclusies in het MSNP-onderzoek onvolledig en onjuist. Volgens de NZa is het onduidelijk welke gegevens Van den Heuvel in zijn onderzoek betrekt. Ook weerlegt de NZa de beweringen van Van den Heuvel: voor de marktscan heeft de NZa de Vektisdata gecontroleerd en vergeleken met declaratiegegevens van alle factoringmaatschappijen. Daarmee is inzicht verkregen in zowel verzekerde als onverzekerde zorg en dus niet alleen jeugdmondzorg, aldus de NZa.
Verder constateerde de Zorgautoriteit inderdaad dat tandartsen bij een wortelkanaalbehandeling niet altijd een verdoving in rekening brengen. Opvallend, aldus de NZa, maar in de rapportage zijn we uitgegaan van wat tandartsen gedeclareerd hebben en niet van aannames. Bovendien, merkt de NZa op, als er wel altijd een verdoving was meegenomen, zou dit maar een beperkt effect hebben gehad op de prijsstijging van wortelkanaalbehandelingen.

Verbijsterd
Zeker voor buitenstaanders is de technische inhoud van beide onderzoeken moeilijk te doorgronden. Dat maakt het lastig om objectief vast te stellen wie op welk punt gelijk heeft en wie niet. Ook volgens de NMT is de technische inhoud van beide onderzoeken lastige materie. “Ik heb altijd gezegd dat de tarieven van behandelingen en prestaties uit 2011 en 2012 erg moeilijk te vergelijken zijn”, zegt voorzitter Rob Barnasconi. “Dan moet je zeker geen verstrekkende conclusies trekken, zoals beëindiging van het experiment, als er twijfels zijn over het onderzoek.”
De beroepsorganisatie stelt verbijsterd te zijn over de conclusies uit het MSNP-onderzoek en wil dat de verschillende uitkomsten uit de onderzoeken nu wel tot op de bodem worden uitgezocht. “De vertrouwensrelatie tussen tandarts en patiënt is ons grootste goed”, zegt Barnasconi. “Het kan en mag niet zo zijn dat deze relatie door onzorgvuldig onderzoek wordt beschadigd. Temeer daar het onderzoek van de NZa en de berichtgeving daarover in juni 2012 de basis vormde voor de onzorgvuldige besluitvorming in de Tweede Kamer; het vroegtijdig stoppen van het driejarig experiment met vrije tarieven.”
De NMT heeft zelf indertijd ook grote vraagtekens gezet bij de conclusies van de NZa. De beroepsorganisatie is er steeds vanuit gegaan dat de kosten van mondzorg niet of nauwelijks zouden stijgen ten gevolge van de vrije tarieven en voelt zich nu gesterkt in dat idee. Barnasconi: “Als het MSNP-onderzoek klopt, dan blijkt maar weer dat tandheelkunde zich goed leent voor vrije prijzen. We willen niet terug naar een nieuw experiment – waarbij je afhankelijk bent van besluitvorming die blijkbaar gebaseerd kan zijn op onzorgvuldigheid – maar we willen wel naar een systeem waarin in het aanvullende deel ruimte is voor de patiënt om te kiezen en dus past bij de enorme variatie van het aanbod.” De reactie van de ANT is soortgelijk als die van de NMT; ze laat weten geschokt te zijn als blijkt dat de NZa zich inderdaad op verkeerde data heeft gebaseerd. Ook de ANT wil dat de zaak grondig wordt uitgezocht.

Kostenonderzoek
De eindconclusie in het MSNP-onderzoek is dat de NZa niet in staat is gebleken een adequaat inzicht te verschaffen in de kostenontwikkeling van de mondzorg voor het jaar 2012. “Gelet op de diversiteit aan tekortkomingen in het NZa-rapport en de toon en inhoud van de NZa-reacties is het niet de verwachting dat dit een incident is of zal blijken te zijn geweest.”
Hoewel dit onder de professie wellicht de hoop aanwakkert dat de NZa op basis van het MSNP-onderzoek besluit zaken te zullen veranderen, leert de geschiedenis dat dit ijdele hoop is.

Zo verbond de NZa ook geen conclusies aan de uitkomsten van het onderzoek dat de Leidse hoogleraar Richard Gill in 2011 deed naar twee NZa-rapporten die leidden tot tariefsverlagingen bij orthodontisten. Gill, die dit onderzoek op verzoek van VvAA en de Vereniging van Orthodontisten verrichtte, constateerde dat de conclusies uit een van de NZa-onderzoeken “op zijn best vrij irrelevant en op zijn slechtst hooguit misleidend” zijn.

De analyses van het andere rapport zijn gebaseerd op een zeer kleine en eenzijdige steekproef van praktijken en zijn niet serieus te nemen, concludeert Gill verder. Deze constateringen leidden echter niet tot vervolgacties; noch van de NZa noch van minister Edith Schippers van VWS. De NZa-woordvoerder zegt desgevraagd ook in het MSNP-onderzoek geen aanleiding te zien om het bijvoorbeeld kostenonderzoek aan te passen.

De NMT zegt van de minister te verwachten dat zeer kritisch gekeken wordt naar NZa-onderzoeken. Het Ministerie van VWS zegt desgevraagd dat het MSNP-onderzoek wat hem betreft geen aanleiding tot actie geeft en dat het ook geen invloed heeft op het kostenonderzoek dat door de NZa is geïnitieerd en op 23 mei van start gaat.
Op de vraag of het MSNP-onderzoek voor de NMT aanleiding zal zijn nog alerter naar het kostenonderzoek te kijken, antwoordt NMT-voorzitter Barnasconi: “We kijken kritisch naar elk onderzoek dat de NZa doet, waarbij zorgvuldigheid toch een minimale en harde voorwaarde is.”

Anne Doeleman